'Konijn, ik ben levend. Ik adem, en ik beweeg, dus ik leef. Is dat duidelijk? Welke beproevingen ook komen, ik leef.' Hij zoog de borst vol adem en stapte in bed. 'Het is gezien,' mompelde hij. 'het is niet onopgemerkt gebleven.' Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.



02 november 2005

Niet onopgemerkt leven

De boeken van de Amerikaanse schrijver Paul Auster zijn onveranderlijk gesitueerd in de wereldstad New York, waarin mensen elkaar treffen als moleculen die willekeurig tegen elkaar botsen. In zijn nieuwste boek Brooklyn-dwaasheid laat Auster zien dat de gevolgen daarvan lang niet altijd onaangenaam zijn. Een recensie.

In het autobiografische Van de hand in de tand omschrijft Auster zichzelf als een broodschrijver, een jongeman die na zijn studie allerlei baantjes had. Hij woonde jarenlang op kleine zolderkamertjes in Parijs, voer op een olietanker in de Golf van Mexico en kon later net het hoofd boven water houden met het corrigeren van teksten en het schrijven van stukjes voor nauwelijks gelezen kranten. Hij verzon een spel, schreef een filmscenario en een detectiveroman maar slaagde er niet in door te breken als schrijver. Totdat hij op een dag de uitgever tegenkwam die zijn talent herkende; sinds hij doorbrak met zijn New-Yorktrilogie is hij als gevestigd en goedverkopend schrijver in de luxe positie om zijn vroegere nooddruft een pietsie romantiserend weer te geven.

Populariteit

Niet alleen zijn levensverhaal, ook zijn boeken zijn opvallend. Auster publiceert regelmatig, zo eens per twee jaar, een nieuwe roman. Onveranderlijk is deze gesitueerd in New York; onveranderlijk is de hoofdpersoon een zwalkend personage in een diepe identiteitscrisis.

In Amerika schijnt hij niet zo populair te zijn, misschien vanwege zijn linkse politieke voorkeur, misschien ook omdat de hoofdpersonen in zijn boeken geen voorbeelden zijn van een gerealiseerde American Dream. Maar in Nederland kan Auster bogen op een steeds groeiende populariteit. Steeds verschijnen er herdrukken van zijn eerdere boeken en van zijn nieuwste roman Brooklyn-dwaasheid verscheen de Nederlandse vertaling zelfs enkele maanden voor het Engelstalige origineel.

Toeval

Het toeval speelt in verschillende van Austers romans een belangrijke rol. Het meest pregnant komt dat wel naar voren in Orakelnacht, waarin een van een gebouw vallend ornament op een haar na de hoofdpersoon mist – die daarna subiet besluit om zijn leven een andere wending te geven. En ook in Brooklyn-dwaasheid worden door de verschillende personages weer diverse sterke verhalen opgedist: over een vallende instapkaart die tussen een pier en het vliegtuig doorglipt en over een arts die, niet in staat om zijn moeder op te halen van het vliegveld door een spoedgeval, in het ziekenhuis moet vaststellen dat zijn moeder het spoedgeval is. Ook een schijnbaar onbeduidende beslissing om de snelweg te mijden heeft onvoorziene gevolgen: na de sabotage van de benzinetank door Lucy blijkt dat doorrijden tot ongelooflijke ongelukken had kunnen leiden vanwege defecte remmen. Alsof dat niet toevallig genoeg is, komt Tom ook nog eens de vrouw van zijn leven tegen. Het is fantastisch om te lezen hoe Auster het toeval gebruikt om de meest buitenissige plots op een voor de lezer geloofwaardige manier te presenteren.

Onverbeterlijke zwakheden

‘Ik was op zoek naar een plek om rustig dood te gaan’. Zo begint Nathan Glass, de verteller in Brooklyn-dwaasheid. Hij is een gepensioneerd agent in levensverzekeringen, die ‘verslag doet van iedere blunder, flater, uitglijer, dwaasheid, tekortkoming, zinloze daad die ik tijdens mijn lange en kleurrijke carrière als man begaan en gepleegd had’. Geloof in het leven heeft hij niet meer, ook al is hij door zijn artsen kankervrij verklaard. Na een scheiding en de verkoop van zijn huis belandt hij in de Newyorkse wijk Brooklyn. Tot overmaat van ramp krijgt hij een knetterend conflict met zijn dochter Rachel. Ondanks zijn sombere uitgangspunt slaagt hij er langzaam in om zijn leven weer op poten te krijgen. Hij ontmoet na jaren toevallig zijn gesjeesde neef Tom aan de kassa van een antiquariaat. Vervolgens maakt hij kennis met Toms werkgever, een homoseksuele handelaar in oude boeken die al eens een veroordeling wegens kunstvervalsing aan de broek kreeg en daarom zijn naam veranderde van Harry Dunkel in Harry Brightman. De rest van het verhaal cirkelt om deze drie drop-outs die onverbeterlijk zijn wat hun zwakheden betreft.

Onverbeterlijk is ook Aurora, de zus van Tom die van het rechte spoor raakt en na een woest leven van seks en drugs trouwt met een lid van een sektarisch aandoende kerkgemeenschap op het platteland. Als zij steeds meer onder druk komt te staan – de voorganger dwingt haar zelfs tot seksuele handelingen – stuurt ze haar dochtertje Lucy met de bus naar haar ooms Tom en Nathan in Brooklyn. Na een zoektocht naar de precieze verblijfplaats van Aurora bevrijden Nathan en Tom haar uit de macht van haar echtgenoot en van de voorganger. Zo bewegen alle personages zich naar elkaar toe en ontstaat zowaar een harmonieuze situatie. Zelfs met zijn dochter Rachel maakt Nathan het weer goed. Alleen Harry Brightman komt er niet zo goed vanaf: hij bezwijkt aan een hartaanval bij een poging tot afpersing van zijn vroegere vriend in het kwaad.

De kleine geschiedenis

De vervulling die de hoofdpersonen vinden in zorg voor elkaar en het besef dat kleine gebaren tellen in een chaotische wereld, zijn gedachten die mij als lezer aanspraken. Omgekeerd voelt Aurora’s tirade tegen de uitwassen van de Amerikaanse civil religion die haar echtgenoot in de armen van fundamentalistische gelovigen op het platteland dreef.

Maar het belangrijkste dat Auster zijn lezers meegeeft is de aandacht voor de individuele verhalen van mensen. In Brooklyn-dwaasheid besluit Nathan zich na een dag in het ziekenhuis te ontfermen over de persoonlijke verhalen van zijn medepatiënten, de andere decorstukken in het toneel van het leven: hij droomt ervan een bedrijfje te starten om verhalen, feiten en documenten te redden van mensen die anders vergeten zouden worden. Een bedrijf dus dat handelt in herinneringen, zodat ook over mensen die geen wapenfeiten of monumenten achterlaten, kan worden gezegd: het is gezien, het is niet onopgemerkt gebleven.

Dat doet denken aan het notitieboekje waarvan Auster elders melding maakt: een rood notitieboekje waarin hij bijzondere gebeurtenissen in zijn leven bijhoudt. Ook de schrijver zelf heeft dus een fijne neus voor de ‘kleine geschiedenis’. Hij hoeft zich geen zorgen te maken over zijn eigen geschiedsschrijving; er zal ongetwijfeld uit zichzelf een biograaf opstaan. Maar Brooklyn-dwaasheid (wat een wanstaltige vertaling trouwens van Brooklyn Follies) zal niet zijn belangrijkste boek blijken te zijn. Het moet het vooral hebben van Austers vertelkunst, maar de plot is niet zo sterk.

Naar aanleiding van Brooklyn Dwaasheid (oorspronkelijke titel Brooklyn Follies, vertaald door Ton Heuvelmans) Uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam. Prijs: 18,95 euro

Deze recensie is verschenen in het Nederlands Dagblad van 25 november 2005

2 Comments:

Blogger bibliofilos said...

Geweldig stukje, maar je geeft verdorie wel veel prijs over het boek. Is het nu nog wel de moeite waard om het te lezen?

7:31 p.m.

 
Blogger Hugo said...

Beste bibliofilos, dat heeft te maken met het primaire publiek waarvoor ik mijn recensies schrijf. Ik wil ze aan het lezen krijgen, en liefst snel!

Maar je hebt een punt te pakken. Shame on me, maar ik heb in mijn (korte) recenseercarrière nog nooit bedacht dat het ook mogelijk is om te veel van de plot weg te geven.

11:02 p.m.

 

Een reactie plaatsen

<< Home